IT-forensisch onderzoek · Bedrijven
Hoe kan een onderneming een intern onderzoek samen met de ondernemingsraad op de juiste manier voorbereiden?
Bei technischen Überwachungseinrichtungen und bestimmten betrieblichen Verfahren können Beteiligungsrechte der Arbeitnehmervertretung berührt sein.
Waarom deze vraag belangrijk is voor een bedrijf
Interne onderzoeken kunnen aanzienlijke economische, personele en juridische gevolgen hebben. Juist daarom moet eerst worden verduidelijkt welk concreet technisch feit moet worden bewezen of weerlegd. Een zo groot mogelijke hoeveelheid gegevens is geen kwaliteitskenmerk; doorslaggevend is een doelmatig, beperkt en traceerbaar onderzoek.
Technische onderzoeksaanpak
Wir beschreiben transparent, welche Datenquelle technisch benötigt wird, welche Daten sie enthält, welcher Zeitraum untersucht wird und welche Beweisfrage damit beantwortet werden soll.
Waar de grens van de uitspraak ligt
LanCologne entscheidet nicht über Umfang oder Bestehen eines Mitbestimmungsrechts. § 87 Abs. 1 Nr. 6 BetrVG ist jedoch bei einschlägigen technischen Einrichtungen ausdrücklich zu berücksichtigen.
Waarom LanCologne?
Interne onderzoeken zijn bijzonder gevoelig, omdat ze tegelijkertijd betrekking kunnen hebben op de economische belangen van de onderneming, de persoonlijkheidsrechten van werknemers, gegevensbescherming, medezeggenschap binnen de onderneming en mogelijke latere gerechtelijke procedures.
LanCologne begint daarom niet met een zo uitgebreid mogelijk onderzoek van de IT. Het uitgangspunt is een duidelijk geformuleerde technische bewijsvraag. Daaruit worden de benodigde gegevensbronnen, tijdsperioden en onderzoeksstappen afgeleid. Technische toegankelijkheid en juridische toelaatbaarheid worden bewust van elkaar gescheiden.
Het onderzoek blijft open. Een vermoeden wordt niet bevestigd alleen omdat het aannemelijk klinkt. Belastende, ontlastende en tegenstrijdige sporen worden volgens dezelfde professionele maatstaf onderzocht. Wanneer er meerdere technische verklaringen mogelijk zijn, worden deze genoemd en, voor zover mogelijk, tegen elkaar afgewogen.
Geautomatiseerde rapporten, EDR-waarschuwingen, DLP-treffers of resultaten van forensische software worden niet zonder meer als bewijs aanvaard. Belangrijke bevindingen worden zoveel mogelijk getoetst aan primaire gegevens en gecorreleerd met onafhankelijke artefacten.
Met het oog op een latere vaktechnische controle leggen we niet alleen het resultaat vast, maar ook de manier waarop dit tot stand is gekomen. Het begrijpelijke hoofdgedeelte is bedoeld voor de directie en de juridische afdeling; dankzij een technische bijlage kan een gekwalificeerde externe forensisch deskundige de belangrijkste bevindingen nagaan.
Onze werkwijze
Geen voorbarige veroordeling – ook als er intern al een sterk vermoeden bestaat
Een bedrijf kan om organisatorische of juridische redenen al een duidelijk vermoeden hebben. De uitkomst van het technisch onderzoek blijft echter nog onzeker. We documenteren ook bevindingen die het vermoeden tegenspreken en vermelden uitdrukkelijk wanneer een beweerde handeling op basis van de verkregen gegevens niet kan worden bewezen.
De technische bevindingen en de juridische beoordeling blijven gescheiden
IT-forensisch onderzoek kan bijvoorbeeld vaststellen dat een bepaald account een bestand heeft geëxporteerd, dat een apparaat op een bepaald tijdstip was verbonden of dat een bericht technisch gezien is verzonden. Hieruit volgt niet automatisch welke natuurlijke persoon de handeling heeft verricht, of de handeling was toegestaan of welke gevolgen dit heeft op het gebied van het arbeidsrecht, het burgerlijk recht of het strafrecht.
LanCologne als onafhankelijke technische ondersteuning voor de juridische afdeling en de directie
LanCologne krijgt geen opdracht om een gewenst resultaat technisch te bevestigen. Wij krijgen de opdracht om een concrete bewijskwestie op basis van de beschikbare digitale sporen objectief te beantwoorden. Het onderzoek moet ook dan nog begrijpelijk blijven wanneer het later kritisch wordt getoetst door een tegenpartij, een rechtbank of een andere gekwalificeerde IT-forensisch expert.
Wettelijk kader
Voor gegevens van werknemers vormt § 26 BDSG een essentieel wettelijk uitgangspunt. § 26, lid 1, BDSG staat de verwerking van persoonsgegevens van werknemers toe voor doeleinden die verband houden met de arbeidsverhouding, onder de daar genoemde voorwaarden. Voor het opsporen van strafbare feiten vereist de bepaling met name aantoonbare feitelijke aanwijzingen, noodzaak en evenredigheid; het beschermingswaardige belang van de werknemer mag niet zwaarder wegen. § 26, lid 6, BDSG laat de inspraakrechten van de belangenvertegenwoordigers onverlet.
Daarnaast gelden de beginselen van de AVG, met name rechtmatigheid, doelbinding en gegevensminimalisatie overeenkomstig artikel 5, alsmede de vereiste van een deugdelijke rechtsgrondslag overeenkomstig artikel 6. Bij bijzondere categorieën persoonsgegevens moet bovendien rekening worden gehouden met artikel 9 AVG en, indien van toepassing, § 26, lid 3, BDSG.
Voor technische voorzieningen die bedoeld zijn om het gedrag of de prestaties van werknemers te controleren, voorziet artikel 87, lid 1, punt 6 van de BetrVG in een medebeslissingsrecht van de ondernemingsraad, voor zover er geen wettelijke of cao-bepalingen bestaan. Voor MDM, EDR, DLP, logging en vergelijkbare systemen moet daarom telkens de concrete invulling worden bekeken.
Bij meldingen op grond van de wet ter bescherming van klokkenluiders is met name § 8 HinSchG van belang. Het vertrouwelijkheidsbeginsel beschermt niet alleen de identiteit van de klokkenluider, maar ook personen die het voorwerp van een melding vormen, en andere in de melding genoemde personen. § 9 HinSchG bevat wettelijke uitzonderingen op het vertrouwelijkheidsbeginsel. § 36 HinSchG verbiedt represailles en bevat onder de daar genoemde voorwaarden een regel inzake de bewijslast.
Wat bedrijfsgeheimen betreft, mag een intern onderzoek een melding niet automatisch als een schending van het bedrijfsgeheim behandelen. § 5 van de Duitse wet op bedrijfsgeheimen (GeschGehG) bevat uitzonderingen op de verboden van § 4, onder meer onder bepaalde voorwaarden voor het aan het licht brengen van onrechtmatige handelingen of beroepsmatig of ander wangedrag, alsmede voor noodzakelijke openbaarmakingen aan werknemersvertegenwoordigingen.
Mocht er later een civiele procedure volgen, dan voorziet het ZPO onder meer in bewijs door bezichtiging; § 371, lid 1, ZPO regelt uitdrukkelijk het geval waarin een elektronisch document het voorwerp van het bewijs vormt. Voor bewijs door deskundigen gelden §§ 402 e.v. ZPO. In een strafzaak bepaalt de rechtbank de omvang van de bewijsvoering volgens het Wetboek van Strafvordering (StPO); met name § 244 StPO regelt het onderzoeksbeginsel en bewijsverzoeken. Deze procesrechtelijke voorschriften maken van een particulier in opdracht opgesteld IT-forensisch rapport echter niet automatisch een gerechtelijk rapport.
LanCologne verleent technische deskundigenadviezen en geen juridisch advies. De concrete toelaatbaarheid van een onderzoeksmaatregel, de arbeidsrechtelijke gevolgen, de procesrechtelijke strategie en de strafrechtelijke beoordeling blijven voorbehouden aan de bevoegde juridische adviseurs, de autoriteiten en de rechtbanken.
Veelgestelde vragen
Hoe kan een onderneming een intern onderzoek samen met de ondernemingsraad op de juiste manier voorbereiden?
Hoe verloopt zo’n technisch onderzoek in de praktijk?
Levert het onderzoek altijd een eenduidig resultaat op ten nadele of ten gunste van een betrokken persoon?
Is daar een wettelijke grondslag voor?
Daarnaast gelden de beginselen van de AVG, met name rechtmatigheid, doelbinding en gegevensminimalisatie overeenkomstig artikel 5, alsmede de vereiste van een deugdelijke rechtsgrondslag overeenkomstig artikel 6. Bij bijzondere categorieën persoonsgegevens moet bovendien rekening worden gehouden met artikel 9 AVG en, indien van toepassing, § 26, lid 3, BDSG.
Voor technische voorzieningen die bedoeld zijn om het gedrag of de prestaties van werknemers te controleren, voorziet artikel 87, lid 1, punt 6 van de BetrVG in een medebeslissingsrecht van de ondernemingsraad, voor zover er geen wettelijke of cao-bepalingen bestaan. Voor MDM, EDR, DLP, logging en vergelijkbare systemen moet daarom telkens de concrete invulling worden bekeken.
Bij meldingen op grond van de wet ter bescherming van klokkenluiders is met name § 8 HinSchG van belang. Het vertrouwelijkheidsbeginsel beschermt niet alleen de identiteit van de klokkenluider, maar ook personen die het voorwerp van een melding vormen, en andere in de melding genoemde personen. § 9 HinSchG bevat wettelijke uitzonderingen op het vertrouwelijkheidsbeginsel. § 36 HinSchG verbiedt represailles en bevat onder de daar genoemde voorwaarden een regel inzake de bewijslast.
Wat bedrijfsgeheimen betreft, mag een intern onderzoek een melding niet automatisch als een schending van het bedrijfsgeheim behandelen. § 5 van de Duitse wet op bedrijfsgeheimen (GeschGehG) bevat uitzonderingen op de verboden van § 4, onder meer onder bepaalde voorwaarden voor het aan het licht brengen van onrechtmatige handelingen of beroepsmatig of ander wangedrag, alsmede voor noodzakelijke openbaarmakingen aan werknemersvertegenwoordigingen.
Mocht er later een civiele procedure volgen, dan voorziet het ZPO onder meer in bewijs door bezichtiging; § 371, lid 1, ZPO regelt uitdrukkelijk het geval waarin een elektronisch document het voorwerp van het bewijs vormt. Voor bewijs door deskundigen gelden §§ 402 e.v. ZPO. In een strafzaak bepaalt de rechtbank de omvang van de bewijsvoering volgens het Wetboek van Strafvordering (StPO); met name § 244 StPO regelt het onderzoeksbeginsel en bewijsverzoeken. Deze procesrechtelijke voorschriften maken van een particulier in opdracht opgesteld IT-forensisch rapport echter niet automatisch een gerechtelijk rapport.
LanCologne verleent technische deskundigenadviezen en geen juridisch advies. De concrete toelaatbaarheid van een onderzoeksmaatregel, de arbeidsrechtelijke gevolgen, de procesrechtelijke strategie en de strafrechtelijke beoordeling blijven voorbehouden aan de bevoegde juridische adviseurs, de autoriteiten en de rechtbanken.
🔗 Gerelateerde onderwerpen
LanCologne – IT-forensisch onderzoek voor bedrijven
Heeft u een digitale vraag? LanCologne ondersteunt u met een objectief, onbevooroordeeld IT-forensisch onderzoek.
In het kader van dit thema
- Hoe kan een bedrijf interne onderzoeken uitvoeren als het gebruik van IT in een bedrijfsregeling is vastgelegd?
- Hoe kan een bedrijf een intern onderzoek beperken wanneer privégebruik van e-mail of internet is toegestaan?
- Wie kann ein Unternehmen besondere Kategorien personenbezogener Daten in einer internen Untersuchung schützen?
- Waarom zou de juridische afdeling van een bedrijf LanCologne in een vroeg stadium bij een technisch georiënteerd intern onderzoek moeten betrekken?