IT-forensisch onderzoek · Opsporingsinstanties

Wie werden gemeinsam genutzte Accounts bei der Täterzuordnung behandelt?

Gemeinsame Konten erschweren jede personenbezogene Zuordnung.

Vrijblijvend informeren

Waarom deze vraag belangrijk is voor opsporingsinstanties

Bij geavanceerde onderzoeksvraagstukken gaat het zelden alleen om de vraag of een bepaald artefact aanwezig is. Doorslaggevend is of de technische interpretatie houdbaar is, welke tegenhypothesen er bestaan en welke conclusies juist niet uit de beschikbare gegevens mogen worden getrokken.

Technische onderzoeksaanpak

Wir korrelieren Accountaktivität mit Gerät, Netzwerk, Session, MFA und weiteren Nutzungsmerkmalen.

Waar de grens van de uitspraak ligt

Eine Handlung unter einem Shared Account darf ohne zusätzliche Belege nicht einer bestimmten Person zugeschrieben werden.

Waarom LanCologne?

LanCologne wordt in complexe onderzoeken niet ingezet om een bestaande verdenkingshypothese zo effectief mogelijk te bevestigen. De taak bestaat erin een concrete technische vraag onafhankelijk te onderzoeken en zowel belastende als ontlastende bevindingen volgens dezelfde professionele maatstaf te beoordelen.

De gegevensbasis wordt duidelijk gedocumenteerd. Voor zover technisch mogelijk vindt de analyse plaats op geverifieerde back-ups of geschikte werkkopieën. Bij bevindingen die van belang zijn voor de besluitvorming vertrouwen we niet uitsluitend op automatisch gegenereerde rapporten. De herkomst, de logica achter de totstandkoming en de systeemcontext worden gecontroleerd; indien nodig vindt validatie plaats aan de hand van de primaire gegevens of met behulp van een tweede, vaktechnisch geschikte methode.

Juist bij complexe situaties is het van cruciaal belang om een onderscheid te maken tussen het apparaat, het account, de sessie, de handeling van de gebruiker en de natuurlijke persoon. Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen een positieve vaststelling, louter verenigbaarheid, het ontbreken van bewijs en technische uitsluiting.

De resultaten worden zodanig gedocumenteerd dat rechercheurs en openbare aanklagers de kern van de bevindingen kunnen begrijpen zonder dat zij over specifieke forensische kennis beschikken. Tegelijkertijd blijven de technische grondslagen op een reproduceerbare manier gedocumenteerd, zodat deze later door andere forensische deskundigen, de verdediging en de rechtbank kunnen worden gecontroleerd.

Van onderzoeksopdracht tot betrouwbare verklaring

1De onderzoeksvraag en de opdracht voor het technisch onderzoek nauwkeurig afbakenen.
2Formuleer belastende hypothesen, ontlastende tegenhypothesen en mogelijke technische alternatieve verklaringen.
3Bewijsmateriaal, brongegevens, integriteit en bekende hiaten documenteren.
4Bepaal de relevante primaire bronnen, verwijzingen naar apparaten, accounts, Server en de cloud.
5Artefacten die van belang zijn voor de besluitvorming onderzoeken in de context van hun ontstaan en het systeem.
6De resultaten van parsers en tools bij kritieke bevindingen onafhankelijk valideren.
7Problemen met tijd, synchronisatie en versies op transparante wijze oplossen of als resterende onzekerheid documenteren.
8Bevindingen die voor of tegen de verdachte spreken, moeten volgens dezelfde professionele maatstaf worden beoordeeld.
9Geef uitdrukkelijk aan wat de beperkingen van de bevindingen zijn, welke gegevens ontbreken en welke alternatieve verklaringen er zijn.
10De onderzoeksvraag op begrijpelijke wijze beantwoorden en zorgen dat de beantwoording technisch controleerbaar is.

Belastende, ontlastende en onduidelijke bevindingen

Het onderzoek blijft open wat betreft de uitkomst. Indien meerdere betrouwbare bronnen een hypothese in het onderzoek ondersteunen, wordt de technische samenhang daarvan toegelicht. Indien er tegenstrijdige bevindingen of een technisch houdbare alternatieve verklaring bestaan, worden deze op gelijkwaardige wijze gedocumenteerd. Indien de gegevensbasis ontoereikend is, wordt het resterende gebrek aan bewijs uitdrukkelijk vermeld.

Reproduceerbaarheid en latere rechterlijke toetsing

De kernboodschap wordt op een voor rechercheurs en openbare aanklagers begrijpelijke manier geformuleerd. Tegelijkertijd worden de voor het onderzoek relevante technische grondslagen zodanig gedocumenteerd dat een andere gekwalificeerde IT-forensisch expert de belangrijkste bevindingen op basis van dezelfde gegevens kan nagaan. Dit vergemakkelijkt latere navraag, hercontroles en een eventuele bewijsvoering voor de rechter.

LanCologne als onafhankelijk extern IT-forensisch deskundige

Wanneer een strafrechtelijke onderzoeksinstantie een complexe digitale kwestie grondig, onafhankelijk of op reproduceerbare wijze moet laten onderzoeken, biedt LanCologne ondersteuning met een objectief en onbevooroordeeld onderzoek. De focus ligt op het geven van een betrouwbaar antwoord op de concrete onderzoeksvraag – inclusief tegenbevindingen, beperkingen van de bevindingen en technische verifieerbaarheid.

Wettelijk kader

De leiding van het onderzoek en de juridische beoordeling blijven bij de bevoegde strafrechtelijke instanties. Volgens § 160 van het Wetboek van Strafvordering (StPO) onderzoekt het Openbaar Ministerie de feiten en moet het zowel belastende als ontlastende omstandigheden vaststellen. § 161 StPO regelt de algemene onderzoeksbevoegdheid van het Openbaar Ministerie; § 163 StPO regelt de taken van de politie in het vooronderzoek.

Voor deskundigen gelden in principe de artikelen 72 e.v. van het Wetboek van Strafvordering (StPO). Overeenkomstig artikel 161a, lid 1, StPO moeten deskundigen op dagvaarding voor het Openbaar Ministerie verschijnen en hun deskundigenrapport uitbrengen. § 82 StPO regelt de wijze waarop het deskundigenrapport in de vooronderzoekfase wordt opgesteld. § 78 StPO heeft betrekking op de rechterlijke leiding over de werkzaamheden van de deskundige, voor zover rechterlijke leiding van toepassing is.

Inbeslagneming en beslaglegging zijn met name geregeld in de artikelen 94 en 98 van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 110, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering heeft betrekking op het doorzoeken van elektronische opslagmedia en het veiligstellen van gegevens die van belang kunnen zijn voor het onderzoek. Over de toelaatbaarheid, de reikwijdte en het bevel tot het nemen van overheidsmaatregelen beslissen uitsluitend de bevoegde strafrechtelijke instanties en rechtbanken.

Volgens § 1, lid 3, van de JVEG staat een inschakeling door de politie of andere wetshandhavingsinstanties in opdracht van of met voorafgaande goedkeuring van het Openbaar Ministerie, wat betreft de vergoedingsregeling gelijk aan een inschakeling door het Openbaar Ministerie.

Veelgestelde vragen

Wie werden gemeinsam genutzte Accounts bei der Täterzuordnung behandelt?+
Bij geavanceerde onderzoeksvraagstukken gaat het zelden alleen om de vraag of een bepaald artefact aanwezig is. Doorslaggevend is of de technische interpretatie houdbaar is, welke tegenhypothesen er bestaan en welke conclusies juist niet uit de beschikbare gegevens mogen worden getrokken.
Hoe verloopt zo’n technisch onderzoek in de praktijk?+
Wir korrelieren Accountaktivität mit Gerät, Netzwerk, Session, MFA und weiteren Nutzungsmerkmalen.
Levert het onderzoek altijd een eenduidig belastend of ontlastend resultaat op?+
Eine Handlung unter einem Shared Account darf ohne zusätzliche Belege nicht einer bestimmten Person zugeschrieben werden.
Is daar een wettelijke grondslag voor?+
De leiding van het onderzoek en de juridische beoordeling blijven bij de bevoegde strafrechtelijke instanties. Volgens § 160 StPO onderzoekt het Openbaar Ministerie de feiten en moet het zowel belastende als ontlastende omstandigheden vaststellen. § 161 StPO regelt de algemene onderzoeksbevoegdheid van het Openbaar Ministerie; § 163 StPO regelt de taken van de politie in het vooronderzoek. Voor deskundigen gelden in principe de artikelen 72 e.v. van het Wetboek van Strafvordering. Volgens artikel 161a, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering moeten deskundigen op dagvaarding voor het Openbaar Ministerie verschijnen en hun deskundigenrapport uitbrengen. § 82 StPO regelt de wijze waarop het deskundigenrapport in de vooronderzoekfase wordt opgesteld. § 78 StPO betreft de rechterlijke leiding over de werkzaamheden van de deskundige, voor zover rechterlijke leiding van toepassing is. Inbeslagneming en beslaglegging zijn met name geregeld in §§ 94 en 98 StPO. § 110, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering (StPO) betreft het doorzoeken van elektronische opslagmedia en het veiligstellen van gegevens die van belang kunnen zijn voor het onderzoek. Over de toelaatbaarheid, de reikwijdte en het bevel tot het nemen van overheidsmaatregelen beslissen uitsluitend de bevoegde strafrechtelijke instanties en rechtbanken. Volgens § 1, lid 3, van de Duitse wet op de vergoeding van getuigen (JVEG) staat een inschakeling door de politie of andere strafrechtelijke autoriteiten in opdracht van of met voorafgaande goedkeuring van het openbaar ministerie, wat betreft het recht op vergoeding gelijk aan een inschakeling door het openbaar ministerie.

LanCologne – IT-forensisch onderzoek voor strafrechtelijke opsporingsinstanties

Heeft u een digitale vraag? LanCologne ondersteunt u met een objectief, onbevooroordeeld IT-forensisch onderzoek.

Nu contact opnemen